Lees hier mijn verhalen

De geur van oude gerbera's

 

"Je was altijd al een verschrikkelijk lastig kind."

Victors moeder kijkt hem met heldere blik aan. Ze glimlacht naar hem alsof ze er aan toe wil voegen: "maar trek het je niet aan, hoor."

Een geamuseerd lachje verzacht even de diepliggende lijn om haar lippen die verraadt dat er in haar leven veel harde woorden gevallen zijn. Victor houdt van die glimlach. Het is een teken dat het beter met haar gaat sinds ze dementeert. De laatste weken ziet hij zelfs ogenblikken van ongekende rust in haar nu ze aan het vergeten is waar ze niet aan wil denken.

Toen ze pas 'bewoner' in het verzorgingstehuis was, had ze zich op haar kamer opgesloten. Daar zat ze met de gordijnen dicht zwijgend te wachten op het einde van de dag. De duisternis viel dicht om haar heen, als een burka: een plek om zich te verbergen.

Goede bedoelingen van de verpleging kapte ze af met "Nee!" of "Dat maak ik zelf wel uit."

Tijdens zijn wekelijkse bezoek, hield Victor haar hand vast. Ze klemde dan zijn vingers als in een bankschroef. Haar blik zei genoeg: Jij hebt dit op je geweten. Heel mijn leven zit je me al dwars. Denk maar niet dat je hier zomaar mee wegkomt!

Pas als hij wegging ontspande ze zich alsof ze wilde zeggen: "Ja, je doet er beter aan om te gaan." Hij kuste haar dan op de brug van haar neus, de plek buiten de burka. Langzaamaan liet ze dat steeds meer toe. Leunde op den duur in het gebaar, als legde ze haar voorhoofd tegen een klaagmuur.

Daarna zag hij andere gevoelens bij haar tevoorschijn komen. Ze cirkelden argwanend als zwerfkatten om een schoteltje melk, klaar om elk moment op de vlucht te slaan.

Inmiddels zijn er momenten van wat hij voorzichtig 'waardering' zou durven noemen. Zo zelfs dat zijn moeder zich door hem naar de huiskamer laat rijden.

Victor kijkt op z'n horloge: "Volgens mij is het tijd voor je favoriete tv-programma."

Op dat moment klopt een verpleegster op de kamerdeur en doet die zonder te wachten met een zwaai open. Ze roept vrolijk: "Mevrouw de Groot ..., mevrouw de Groot, ..."

"Ja, ja, ik hoor je wel. Je hoeft niet zo tegen me te schreeuwen."

"O, nou ja, sorry, ik wou eigenlijk alleen maar zeggen dat Goede Tijden, Slechte Tijden zodadelijk begint. Maar u hebt bezoek, zie ik. Ook gezellig. Kijk maar wat u doet. Uw stoel staat in ieder geval klaar."

En de deur wordt in haast zo hard dicht gedaan dat ie weer openschiet.

Victors moeder staat al half naast haar stoel en kijkt haar zoon strak aan. Hij weet het: nu moet ik haar helpen.

Vragen doet ze niet. Heeft ze nooit gedaan.

"Een zoon helpt zijn moeder, en anders niet."

Wanneer hij het een keer vergat, kon hij het doen met: "Je was zeker even vergeten dat je een moeder had?"

En als hij wel hielp, deed hij het nooit goed: "Zie je wel. Ik heb het altijd al gezegd. Dat joch deugt nergens voor."

 

In de huiskamer staan de stoelen in twee halve cirkels voor een mega flatscreen opgesteld. De rijen vertonen wat gaten, als een slecht gebit. Daar worden de rolstoelen ingereden van de mensen die er echt niet meer uitkomen.

Het verbaast Victor niet dat zijn moeder op de voorste rij in het midden zit: een vorstin omgeven door haar gevolg. Ook niet dat ze daar wel zelf uit haar rolstoel kan komen, voluit gaat staan en vorsend rondkijkt, alsof ze zich afvraagt: wie acht ik waardig om als eerste audiëntie te verlenen?

Dan draait ze iedereen haar rug toe en neemt royaal de tijd om weloverwogen te gaan zitten.

Victor staat naast de rolstoel licht geamuseerd naar haar koninklijke act te kijken. Als ze eenmaal zit, imiteert hij een gracieuze buiging en als een leenheer die naar de gunst van zijn vorstin dingt, tilt hij haar hand op en beroert die licht met zijn lippen.

"Stel je niet aan. Doe niet zo belachelijk! Waarom moet je je altijd zo uitsloven!" sist zijn moeder.

Ironie is niet aan haar besteed, weet Victor. Dubbele bodems verafschuwt ze. Eigenlijk ziet ze één als haar lot.

"Ik heb maar één man gehad, heb maar één kind en ook maar één leven. En daar moet ik het mee doen", kent Victor het noodsignaal dat ze zolang hij zich herinnert heeft uitgezonden.  Meestal vulde ze dat aan met: "en ik sta er ook al die jaren helemaal alleen voor."

Victor heeft ooit durven vragen: "En ik dan?"

Haar blik trof hem als een zweepslag: "Jij?!"

Eenduidigheid is bij haar troef. Geen wonder dat ze ook nooit van lezen heeft gehouden.

"Al die verzonnen verhalen! Je hebt er niets aan."

Ze las ook nooit voor. "Voorlezen maakt alles mogelijk wat niet kan. Daar begin ik niet aan", zei ze zuur als Victor verwachtingsvol met een kinderboek bij haar stoel kwam staan.

Zelfs het nieuws vertrouwde ze niet.

"Ja, ja, die hoge heren met hun mooie smoesjes. Ze praten alle kanten op, behalve de goeie."

Reality shows, díe waren voor haar pas echt. En GTST. Daar zag je tenminste hoe de wereld werkelijk was: door en door slecht.

 

"Krijg ík geen kusje?"

De vrouw naast Victors moeder steekt haar hand al verwachtingsvol naar hem uit. Onder zijn moeders priemende blik van "heb het lef eens", herhaalt Victor op dit dringende verzoek zijn succesvolle optreden. Deze keer doet hij alsof hij aan het hof van Sissi de Keizerin komt en haar vol verering begroet. De vrouw giechelt als een meisje dat voor het eerst gekust wordt, zakt verzaligd terug in haar stoel en strijkt dan met een preuts gebaar haar jurk recht.

Zo, die zit, denkt Victor. Hij brengt even zijn hand naar de punt van zijn neus om zijn glimlach te verbergen. Ruikt daarbij iets dat hem het meest doet denken aan bloemen waarvan het water te lang niet ververst is. Hij had het kort geleden nog met een bos verwaarloosde gerbera's.

Tijd om er verder over na te denken heeft hij niet want het geweld van GTST breekt op alle manieren los. Het geluid davert met zoveel decibellen door de huiskamer dat ook de mensen die hun gehoorapparaat op hun nachtkastje hebben laten liggen alles woordelijk kunnen verstaan. Het beeld is zo fel ingesteld dat zelfs iemand in een vergevorderd stadium van glaucoom het kan volgen. En het Slechte in de Tijden is weer overweldigend.

Victor rijdt de rolstoel snel naar de kant en gaat daar op een plek zitten die hem bevalt: aan de zijlijn. Hij dwaalt wat weg met z'n gedachten, naar achter de muur van geluid. Naar de oorzaak van hun levenslange strijd. Zijn moeder kende één vaste koers, koos altijd snel en zonder voorbehoud. Hij stond steeds in dubio. Zij begreep daar niets van.

"Sta niet zo te dralen, aarzeljoch! Weet je het weer niet? Kies gewoon!" riep ze dan met striemende woorden, striemende blik en toen hij klein was dikwijls ook met striemende hand.

"Mijn zoon en ik kunnen niet samen door één deur", zei ze later wel eens tegen bekenden.

Maar sinds kort mag ik haar door wel twee deuren naar de huiskamer rijden, bedenkt hij. Als dat geen vooruitgang is.

 

Het normale beeld van de huiskamer is dat iedereen een beetje tegen zichzelf zit te praten en het verplegend personeel daar gemoedelijk maar gehaast tussendoor loopt. Bij GTST is alles anders. Het personeel heeft zich teruggetrokken voor koffie en een snelle sigaret, stiekem in de keuken onder de afzuigkap zag hij laatst. En de bewoners zijn doodstil.

Plotseling vergeet een vrouw de zwijgende afspraak en begint luidkeels door de aflevering heen te praten, juist op het moment dat er geen reclame is, maar drama. Als door een mug gestoken draait zijn moeder zich om. Ze richt haar blik als een dubbelloopsgeweer op de vrouw, stelt haar vizier bij. Haar ogen schieten vuur.

"Houd je kop, stom wijf!"

Victor beseft, m'n moeder is weer even de oude: expert in het monddood maken van mensen.

De vrouw valt stil. Ze is het kennelijk gewend zo onder schot genomen te worden.

Een paar minuten later ziet Victor hoe zijn moeders buurvrouw haar jurk omhoog heeft getrokken. Ze begint afwezig het vulsel uit haar incontinentieluier los te trekken en om zich heen op de grond te gooien. Het lijkt wel of haar stoel steeds meer in de sneeuw komt te staan.

Onwillekeurig veegt Victor z'n hand aan z'n broek af. Hij heeft een licht vermoeden waar de geur van bedorven bloemwater vandaan komt.

Het is maar goed dat ik bij die tweede handkus m'n lippen op m'n eigen duim heb gedrukt. Straks toch voor alle zekerheid maar m'n handen wassen, neemt hij zich voor.

Zodra GTST is afgelopen kijkt zijn moeder naar Victor. Ik wil teruggereden worden, is de duidelijke boodschap.

Victor rijdt de rolstoel voor haar stoel. Controleert automatisch of de voetsteunen opzij geklapt zijn en zet de rem erop. Hij steekt zijn handen naar zijn moeder uit alsof hij haar ten dans gaat leiden. Zij neemt ze zomaar aan, trekt zich omhoog en draait zich om. Dan komt het moeilijke voor haar en het mooie voor Victor. De rolstoel is lager dan haar huiskamerstoel, dus als ze gaat zitten moet ze tegengehouden worden. Ze steekt haar billen naar achteren en vanachter de rolstoel vangt Victor haar daar op, en op zijn handen gedragen zakt ze naar de zitting.

De eerste keer dat Victor haar zo opving draaide ze zich om en beet hem toe: "Blijf van me af, viezerik!" Nu laat ze het als in vertrouwen toe.

Hij rijdt zijn moeder de huiskamer uit. Op haar kamer zitten ze daarna samen nog wat te schemeren. Hij geniet terwijl hij haar hand vasthoudt en voelt hoe die zich ontspant. Zijn moeder aan het dementeren? Victor voelt het als herstel.

"Ben je op de fiets?" vraagt ze plotseling.

Victor moet oppassen dat hij niet begint te lachen.

"Nee mam, van Hillegom naar Den Haag is net iets te ver voor op de fiets."

"O, woon je daar alleen? "

"Ja."

"Ach wat zielig."

"Nou, dat valt wel mee. Het heeft ook wel z'n voordelen."

"Maar een man alleen is toch maar alleen."

"En geldt dat niet voor vrouwen?" vraagt hij tegen beter weten in.

"Nee", zegt ze beslist, "voor vrouwen is dat anders. Ik ben al zoveel jaar alleen ..."

"Vind je het dan wel goed dat ik elke week een tijdje bij je kom rondhangen?" probeert hij de stilte die valt luchtig op te vangen.

"Eert uw vader en uw moeder en hang ze op", lacht z'n moeder voor zich uit en wijst naar het portret van haar ouders aan de muur.

"Zo is het", lacht Victor vriendelijk met haar mee. "Kom, ik moet nu echt gaan." En hij staat op.

Als zijn moeder weer tegen zijn afscheidskus heeft aangeleund en Victor haar kamer uitloopt, hoort hij haar vanuit de schaduw voor het eerst zeggen: "Kom je nog een keer?"

De vraag rolt als een bolbliksem door de donkere kamer naar hem toe en verlicht zijn wereld even totaal. Met tranen in zijn ogen knikt hij ja, beseft op de gang pas dat ze dat niet gezien zal hebben. Hij gaat niet terug, want je weet maar nooit hoe ze dan reageert en op deze manier stelt hij het mooie van het moment veilig. Zo krijgt het toekomst.

Op weg naar de auto wrijft Victor de paar tranen weg, en ruikt onmiddellijk weer de geur van oude gerbera's.

Stom, door die onverwachte vraag ben ik helemaal vergeten mijn handen te wassen.

Hij houdt z'n neus nog eens tegen z'n hand, glimlacht en denkt: eigenlijk ruikt het helemaal niet zo slecht!