Lees hier mijn verhalen

STRANDEN BIJ KIJKDUIN

Natuur kan me gestolen worden. Die stilte, niks voor mij. Stadsdrukte, winkelstraten waar je over de hoofden kunt lopen, grachten vol terrasjes waar mensen zich heldhaftig vastklampen aan een enkele zonnestraal, café's waaruit de muziek onder begeleiding van veel glasgerinkel zomaar de straat op dendert, dat is mijn ding.

Dus die ene overnachting die ik deze vroege lente bij Kijkduin heb geboekt, is vanwege de verleidelijke aanbieding van het chique hotel. De 'prachtige ligging aan een van de mooiste stranden van ons land' neem ik op de koop toe.

Ik ben nog geen vijf minuten in het hotel of ik heb al spijt. Mijn eenpersoonskamer blijkt te beschikken over iets waar ik per se niet om heb gevraagd: zeezicht.

'Is er toevallig misschien ook een kamer die uitzicht richting de stad biedt?' vraag ik, nu al met heimwee.

'Nee,' klinkt het fier vanachter de balie, 'elke kamer van dit hotel ziet uit op zee opdat al onze gasten zicht hebben op het strandgebeuren.'

Manmoedig incasseer ik dit kruis van vijf sterren.

Ik breng m'n spullen naar de kamer, werp een schichtige blik op 'het strandgebeuren' en ga weer gauw naar beneden. Er zullen vast wel meer mensen zijn.

De hotellobby ademt een overdaad aan rust. De bar probeert niet alleen de lobby daarin te overtreffen, maar slaagt er ook volledig in. Het terras toont een artistiek mozaïek aan tegels, waarvan het prachtige patroon volledig tot z'n recht kan komen doordat er nog geen tafeltjes en stoelen op staan. In het hele hotel geen kip te bekennen. Kennelijk is iedereen, op één na, zo wijs geweest om dit kille lenteweekend hier niet te willen zijn.

Dan rest mij alleen nog maar de voor de hand liggende afleiding: het strand. Met de muziek van mijn favoriete groep luid in mijn oordopjes loop ik de steile trap af en slof door het rulle zand richting branding. Zal ik meteen maar doorsteken naar Engeland, overweeg ik mismoedig.

Het ergste gebeurt snel daarna: batterij van m'n mp4 speler leeg. Stilte slaat toe als een donderslag bij staalblauwe hemel.

Ik maak me los van de dopjes en voel me op staande voet ontheemd. Alles is plotseling natuur. Ik verwacht overweldigende stilte. Maar er is meer geluid om me heen dan ik dacht.

In opperste verwarring grijp ik terug op de vertrouwde oordopjes. Die bieden hardnekkig niet meer dan onwennige, complete stilte.

Ik doe mijn rechter oordopje uit en hoor branding. Dopje weer in, linker oordopje uit: wind. Allebei in: stilte. Allebei uit: branding en wind, maar ook meeuwen, ruisend helmgras, vrolijk geblaf van honden, roepende stemmen, rinkelende fietsbellen en ver klokkenspel van achter de duinen, mijn eigen slofvoeten in het zand.

Linker dopje uit, rechts in; rechts uit, links in; allebei in, allebei uit. Ik jongleer steeds virtuozer met mijn dopjes en geniet volop van mijn eigen klankenspel. Als vanzelfsprekend loop ik weg van de grote stad, richting Monster.

Heerlijk! Stranden bij Kijkduin.